Over de schilder Nikífor

Krynica, 1966. Nikifor Krynicki © FoKa/FORUM

Nikifor Krynicki (Krynica Zdrój 21-05-1895 – Folusz (gemeente Dębowiec) 10-10-1968) was een dakloze Poolse schilder van naïeve kunst.

Hij behoorde tot de gediscrimineerde etnische minderheid der Lemken, en groeide op in abjecte armoede. Zijn moeder was Jewdokia Drowniak, dochter van Hryhorio en Tatiana, die van haar meisjesnaam Krynicka heette. Jewdokia verrichtte zeer nederig werk in de vele pensions van Krynica en leefde met haar kind in afzondering. Er werd gezegd dat ze haar kind als een bundeltje achterliet onder de brug als ze uit werken ging. Zijn vader was onbekend, naar veronderstelling was hij een Pool en een van de vele kunstenaars die in villa ‘Drie Rozen’ verbleven, het grootste logement in Krynica.

Tijdens WO I werd hij wees. Nikifor had een gehoor- en een spraakgebrek en was niet in staat behoorlijk te communiceren. In zijn omgeving werd hij vernederd, uitgelachen en behandeld als een dwaas. Pas veel later werd ontdekt dat zijn spraakproblemen werden veroorzaakt door een vastgegroeide tong. Hij was dakloos en aanvankelijk hield hij zich met bedelen in leven.
Tijdens een verblijf in een ziekenhuis maakte hij kennis met aquarelleren.

Omstreeks 1915 begon Nikífor te schilderen. Hij beschilderde stukken weggeworpen papier en sigarettenpakjes die hij aan voorbijgangers verkocht in het kuuroord Krynica Zdrój. Hij noemde zichzelf Nikifor Matejko, een verwijzing naar de beroemde Poolse kunstenaar Jan Matejko, waarmee hij benadrukte hoezeer hij zichzelf als professioneel kunstenaar zag.
Als autodidact gebruikte hij een verscheidenheid aan materialen, waaronder aquarel, gouache en krijt.
Zijn eerste voorbeelden waren goedkope ansichtkaarten en iconen van de Grieks-katholieke kerk. Hij maakte afbeeldingen van het platteland of van uiterst gedetailleerde gebouwen. Aan de onderkant van de afbeeldingen staan vaak inscripties die niets betekenen, maar de suggestie van geletterdheid moeten wekken. In werkelijkheid was hij analfabeet of laaggeletterd.

Nikifor was dan wel een ‘straatschilder’ en autodidact maar hij had ongetwijfeld een aangeboren kunstgevoel. Dankzij het echtpaar Ella en Andrzej Banach, kunsthistorici uit Krakau, kreeg het werk van Nikifor het aanzien dat het verdiende. Door hun gedrevenheid en mecenaat circuleerden zijn schilderijen als deel van de Poolse en Europese kunst wereldwijd. In 1959 opende een tentoonstelling in de Parijse galerie Dina Vierny de deuren voor succes. In 1967 werd hij geëerd met een solotentoonstelling in de Zachety Galerie in Warschau.

Tijdens zijn leven was er toch wel een gematigde vorm van erkenning. Voor WO II werd zijn werk tentoongesteld in verschillende Europese hoofdsteden maar Nikifor kreeg pas de verdiende faam en populariteit in het laatste decennium van zijn leven. Verschillende musea en privécollecties wereldwijd hebben zijn werk in hun collectie.

Nikifor overleed op 10 oktober 1968 in het sanatorium van Folusz. Hij werd begraven op de begraafplaats van Krynica.

(Bron: Wikipedia, met aanvullingen van Albert Haelemeersch)